Blog · 4 nov 2026 · 7 min lezen

Hoe houd je een trading journal bij, zodat je er echt iets aan hebt?

In een trading journal schrijf je per trade meer op dan het resultaat: je entry, stop-loss en target, je risico in R, een screenshot, waarom je de trade nam en hoe je je voelde. Dat doe je dezelfde dag. Eén keer per week lees je je trades terug, zoek je het patroon dat je het meeste kost en pak je alleen dat aan.

De gewoonteElke trade dezelfde dag opschrijvenDrie stappenOpschrijven, teruglezen, één ding veranderenDe eenheidR, zodat je elke trade kunt vergelijkenWat je ook opschrijftWaarom je de trade nam en hoe je je voelde

Je broker laat zien of een trade winst of verlies opleverde. Waarom je die trade nam, met welke setup en in welke stemming, staat nergens. Toch zit daar wat je kunt verbeteren. In een trading journal schrijf je dat per trade op, zodat je na een paar weken ziet welke fouten steeds terugkomen.

Een journal bijhouden is saai werk, en saai werk sla je makkelijk een dag over. Dit artikel is voor wie nog nooit een journal heeft bijgehouden en er niet elke dag een uur mee bezig wil zijn. Het werk bestaat uit drie stappen:

  1. Je schrijft elke trade op zolang je hem nog goed weet.
  2. Je leest je trades één keer per week terug en zoekt patronen.
  3. Je kiest één ding dat je de week erna anders doet.

De eerste stap kost de meeste tijd, dus daar gaat het grootste deel van dit artikel over.

Wat een trading journal is

Een trading journal is je eigen logboek van elke trade die je neemt. Je schrijft er genoeg in op om later te zien waarom een trade winst of verlies opleverde.

Een overzicht van je winst en verlies is dus geen journal. Dat overzicht heb je al bij je broker, en het laat alleen zien hoeveel je verdiende, niet hoe. Een journal beantwoordt de vragen waar je broker geen antwoord op heeft:

  • Welke setup levert je echt geld op?
  • Op welk uur van de dag geef je je winst weer terug?
  • Levert een trade die je uit verveling neemt ooit iets op?

De antwoorden staan in je eigen trades, als je per trade meer opschrijft dan het bedrag.

Voor elk veld in je journal geldt één toets: verandert dit veld ooit een beslissing? Zo niet, laat het weg. Maak je steeds dezelfde fout en zie je in je journal niet waarom, voeg dan een veld toe dat dat wél laat zien.

Wat je bij elke trade opschrijft

Schrijf genoeg op om een trade een maand later nog precies terug te halen:

  • Het instrument en de richting, long of short.
  • Je entry, stop-loss en target: de drie prijzen die je kiest voordat je in de trade stapt.
  • Je positiegrootte en je risico: wat je verliest als je stop-loss geraakt wordt.
  • Het resultaat: waar de trade echt sloot.
  • Een screenshot van de chart bij je entry, met je niveaus erop.
  • De setup, als tag.
  • Eén zin over waarom je de trade nam en hoe je je daarbij voelde.

Dat bij elke trade met de hand intypen kost tijd, en vlak na een verlies heb je daar weinig zin in. Wie één dag overslaat, slaat de volgende ook makkelijk over. Na een week mist je journal dan precies de trades waar je het meest van had kunnen leren.

Daarom begint een trade loggen in Vink bij de screenshot die je al hebt: de chart waar je naar keek toen je instapte. Vink leest het instrument, de timeframe, de richting, je entry, stop-loss, target, positiegrootte en risk-reward van de chart en vult de trade voor je in. Jij controleert de getallen en vult aan wat niet op de chart staat: waarom je de trade nam. Staan je trades in MetaTrader 5, dan importeer je ze in één keer.

Heb je een drukke dag, dan schrijf je alleen de basis op. Trades die je later wilt bestuderen, vul je helemaal in. Waarom je een trade nam en hoe je je voelde, schrijf je altijd op, want dat weet je een week later niet meer.

Reken in R, niet alleen in geld

Eén gewoonte maakt je journal meer waard dan welke functie ook: druk het resultaat van elke trade uit in R.

R is het bedrag dat je op een trade riskeert: de afstand van je entry tot je stop-loss, maal je positiegrootte. Riskeer je $ 200 en verdien je $ 400, dan is je resultaat +2R. Raakt de trade je stop-loss, dan is het −1R. Zo vergelijk je trades van verschillende grootte, op verschillende markten en accounts.

Met bedragen lukt dat vergelijken niet. Een winst van $ 900 lijkt beter dan een winst van $ 300, tot je ziet wat je ervoor riskeerde. Riskeerde je $ 300 voor de kleine trade en $ 1.500 voor de grote, dan is de kleine +1R en de grote +0,6R. De kleine trade was dus de betere. In Vink zet je al je statistieken met één klik op R.

Schrijf ook op wat er in je hoofd gebeurde

Prijzen opschrijven is makkelijk, want je leest ze zo van de chart af. Lastiger is opschrijven wat er in je hoofd gebeurde. De revenge trade vlak na een verlies. De grotere positie omdat je laatste drie trades wonnen. De setup die je om twee uur 's middags uit verveling nam, terwijl je er 's ochtends niet naar had gekeken. Niets daarvan zie je terug in een tabel met entries en exits.

Kies daarom bij elke trade de emotie waarmee je hem nam, bijvoorbeeld Calm, FOMO, Revenge of Hesitant. Schrijf er in één zin bij wat je dacht. Na honderd trades zie je dan wat een FOMO-trade je gemiddeld oplevert, vergeleken met een trade die je rustig nam.

In Vink kies je de emotie op dezelfde plek als de prijzen. In de analyse houdt Vink de mentale findings apart van de technische, zodat "je tradet boos" niet ondersneeuwt onder "je stop-loss ligt te krap". Een journal met alleen de chart erin vertelt je maar de helft van elke trade.

Hoe je je journal terugleest

Alleen invullen verandert niets aan je trading. Je moet je trades ook teruglezen, op een vast moment. Een kwartier per week houd je langer vol dan één lange avond per maand.

Bij het teruglezen zoek je patronen die je bij één trade niet ziet. Bekijk je trades daarvoor op vier manieren:

  • Per setup: welke setup je geld oplevert, en naar welke je toch steeds teruggaat.
  • Per dag en uur: of je winst uit een vaste sessie komt, of je verlies uit een gewoonte die je beter kunt laten.
  • Per emotie: het verschil tussen je FOMO-trades en je rustige trades.
  • Per instrument: welke markten je geld opleverden en welke je geld kostten.

Die vier overzichten kun je in een spreadsheet maken. Doe dat gerust één keer zelf, dan weet je wat de getallen betekenen. Daarna laat je het rekenwerk aan software over. Vink toont je equity curve en je trades per setup, uur, emotie en instrument, en zet terugkerende patronen voor je op een rij als findings, met bij elk wat het je in R kost.

Verander één ding per week

Na het teruglezen kies je één ding om aan te pakken. Zie je vijf fouten, pak dan alleen de fout aan die je het meeste kost. Schrijf op wat je de komende week anders doet, en kijk bij je volgende evaluatie of dat geholpen heeft.

Een dagelijkse verlieslimiet helpt daarbij: een bedrag of een aantal R waarna je die dag niet meer tradet. Zo trek je een grens voordat een slechte middag uit de hand loopt. Trade je op een prop firm-account, lees dan ook hoe je prop firm drawdown meet. Daarvan hangt af hoeveel ruimte je echt hebt.

Evalueren in Vink werkt precies zo. Je noteert wat je houdt, wat je verandert en één focus voor de volgende periode, en bij elk punt kies je of het technisch of mentaal is. Je dagelijkse verlieslimiet stel je in geld of in R in. De herinnering voor je evaluatie komt in je eigen tijdzone.

Begin klein

Maak je journal niet te groot. Een journal dat op dag twee al te veel van je vraagt, houd je niet vol.

Bouw dus geen spreadsheet met veertig kolommen voordat je je eerste trade hebt opgeschreven. Mik op minder dan een minuut per trade. Een kolom kun je later altijd toevoegen, als je een vraag hebt die hij beantwoordt. Begin met de trade, de screenshot, de reden en je gevoel, dezelfde dag opgeschreven en in R. Lees je trades één keer per week terug.

Wil je zelf niets bouwen, dan is Vink een trading journal dat precies zo werkt. De eerste 14 dagen zijn gratis. Een spreadsheet of een schrift werkt ook, zolang je je journal elke dag bijhoudt.

Veelgestelde vragen over een trading journal bijhouden

Hoe vaak werk ik mijn trading journal bij?

Elke dag dat je tradet, het liefst binnen een paar uur na je laatste trade. Waarom je een trade nam, vergeet je als eerste. Vul je je journal een week later in, dan schrijf je op wat je jezelf sindsdien hebt wijsgemaakt.

Wat schrijf ik als beginner op?

Begin klein: instrument, richting, entry, stop-loss, target, positiegrootte, resultaat, een screenshot, de setup en één zin over waarom je de trade nam en hoe je je voelde. Reken in R. Voeg pas een veld toe als je een vraag hebt die het beantwoordt.

Is een spreadsheet genoeg, of heb ik software nodig?

Met een spreadsheet kun je prima beginnen. Wel typ je dan elk veld met de hand in, en sorteer je je trades zelf per setup, uur en emotie. Dat werk doet software als Vink: Vink vult de trade in vanaf je screenshot en zet je trades per setup, uur en emotie voor je naast elkaar.

Hoe snel laat een journal iets zien?

Een patroon per setup of per uur heeft genoeg trades nodig voordat je weet dat het geen toeval is. Vink laat bij elk gemiddelde zien tussen welke waarden het nog kan liggen, zodat je ziet hoe zeker het getal is.

Log je volgende trade zonder hem in te typen.

14 dagen gratis · betaalgegevens vereist · daarna vanaf € 14,95 per maand, tenzij je opzegt